Winterkoningin
zij schrijdt voorbij
ijzig koud
over wit
en grauwe dekens
haar ogen
omsluieren versteend
mystiek
boven grijze einder
verlangt
hartstochtelijk naar
warme golven
die haar smelten doet
zichzelf wat moe
van maanden werk
trekt zij traag
lente naar zich toe